Cockpit - Building Flightsimulator B737 Nico Weesjes

Vossen in de polder

Met mijn hele gewicht hang ik aan de openstaande deur van de Landrover terwijl mijn vrouw wanhopige pogingen doet om er uit te klimmen. De wagen hangt angstig scheef boven het water. Het is midden in de nacht en aarde donker. Alle boerderijen om ons heen zijn in rust en liggen in het duister op de morgen te wachten. Schreeuwen heeft geen enkele zin in deze verlaten wereld. Niemand zou me horen.

Paniek maakt zich van me meester terwijl Joke over de buks probeert te klauteren die tussen de voorstoelen ligt, wat vanuit haar lage positie niet meevalt, bovendien steekt er ook nog eens een grote kijker boven de buks uit.   Ik kan er niet bij om te helpen, ik durf de deur niet los te laten.
Ik reed achteruit het pad af toen de wagen in één keer naar rechts kantelde. Ik sprong er uit en ging in paniek aan het portier hangen. Doodsbang dat het hele gevaarte over de kop het donkere water in zou verdwijnen. 

We zijn in de polder, ver achter onze boerderij, op vossenjacht.
De provincie Utrecht heeft, om de weidevogels te beschermen, de WBE’s die weidegebieden ‘hebben’, toestemming gegeven om achter de vos aan te gaan. Ik heb me aangemeld.
Als je met de lichtbak wilt moet je een BPS nummer aanvragen bij de afdeling ‘bijzondere wetten’ van de politie.
Dat heb ik dus voor deze en de volgende nacht aangevraagd.
En nou hang ik hier aan het portier van mijn auto. Mijn vrouw neemt met grote moeite de laatste hindernis en staat gelukkig weer naast me.

“Hoe kan dat nou? Stommerd”  De schrik zit er goed in. “Ik gleed van het pad af, de bocht was er eerder dan ik dacht.”
“Bel Joop maar” zei ze resoluut. “Die gaat altijd laat naar bed”  Joop is, naast bedrijfsleider van de proefboerderij, onze achterbuur waar we het goed mee kunnen vinden. Een druk baasje die lange dagen maakt, maar altijd klaar staat om te helpen. “Eerst zelf maar eens kijken” zeg ik.
Voorzichtig laat ik het portier los. Er gebeurt niets. Ik kijk voorzichtig onder de auto, het ziet er redelijk uit.
“Ga jij aan het portier hangen, dan probeer ik hem voorzichtig achteruit het pad weer op te krijgen. Het kreng is er afgegleden en moet er zelf maar weer uitkomen ook!”
Klaar om er elk moment uit te springen geef ik voorzichtig gas.
Na een paar meter glibberen lukt het wonderwel en staat het spul weer op het pad.
“De volgende keer vraag je maar weer een buurman als lampenist. Je wordt bedankt!”

Meestal gaat er een buurman mee om bij te lichten als ik een vos heb gespeurd.
Ze vinden het allemaal leuk om te doen en ik hoef het maar één keer te vragen.
De eerste keer dat ik er op uit ging is mijn vrouw ook mee geweest om bij te lichten.
Dat deed ze prima want de eerste nacht was het meteen raak.
Het was de eerste van een lange reeks. Want, en niemand die het begrijpt, ik zit in 2,5 jaar op 19 stuks.
In mijn eigen jachtje van 80 ha. vlakke, kale weilanden achter het huis.
Er zitten wel een paar bosjes in maar die zijn zo klein dat ik, als er een vos in zit, zijn staart naar buiten zie steken.
We zullen hopen dat het helpt als er een paar van die rakkers minder zijn.

De grutto’s hebben er zeker baat bij maar mijn vrouw wordt er helemaal ‘tureluurs’ van.