Cockpit - Building Flightsimulator B737 Nico Weesjes

Wild in en rond het huis

Ik verveel me. Meestal gebeurt dat niet, maar ik weet even niet wat ik moet doen, dus loop ik een rondje erf. De honden lopen te dollen zodat het grint opspat.

“Hé, doe eens wat kalmer aan!” Ze stoppen. Ik kijk naar het huis en zie opeens voor me hoe ik daar vorig jaar uit het badkamerraam een rat schoot met de .22. Een groot voordeel is het als je in je jachtveld woont. Als ik wat zie door het raam is het: naar boven, een passend geweer uit de kluis halen en dan proberen vanuit een raam, schuur of hooiberg het betreffende wild te verschalken. Als ik er aan denk komen er steeds meer herinneringen naar boven. Ik zal proberen er een aantal te noemen.

Muis

Veel voorkomend “wild”, zowel in huis als in de schuren.

Coen, onze zoon die toen nog thuis woonde, vonden we ’s morgens een keer op de overloop slapend, met matras en al. Hij had een muis op zijn kamer. Hij werd wakker omdat de muis over zijn kussen liep. Pogingen hem te vangen mislukten, zodat hij maar weer ging slapen. Toen de muis onder zijn dekbed langs zijn rug liep vond hij het welletjes en ging op de overloop slapen. De muis hebben we nooit gevonden.

Twee jaar later kwam ik een keer thuis terwijl Puk, onze erfhond en gespecialiseerd in muizen en dergelijke, onder het aanrecht probeerde het plint te slopen. De symptomen zijn duidelijk: een muis! Ik schuif de losse plint een stukje naar voren en stop één van onze katten er achter. We wachten op de herrie die moet komen maar er gebeurt niets!?! Als ik na 10 minuten de plint weer weg haal zit de kat zich af te vragen wat hij heeft misdaan om zo opgesloten te worden.

Als het gat groot genoeg is schuift Puk op z’n buik onder de keukenkasten. Roets, vliegt de muis de gang in. Puk, die klem zat, is te laat. De kat zag niet eens wat er gebeurde. De muis verstopte zich in het oude harmonium wat daar stond.

Eerst een schotje in de deuropening naar de keuken, daarna flink bonken met het oude instrument. Dat werd de muis teveel! Met een bloedgang stak hij de 2 meter afstand over naar het dressoir en verdween er onder.

2 Volwassenen, 2 honden en 2 katten hadden het nakijken!

“Ik zal de windbuks maar halen”, zie ik tegen mijn vrouw. De buks plat op de grond gelegd en geprobeerd goed te richten met behulp van een zaklantaarn. Ik had goed gemikt, de muis was dood. De rust keerde weer terug in huize Weesjes, maar op de één of andere manier hield ik geen fijn gevoel over aan deze “jachtpartij”. Ik voelde me zelfs een beetje schuldig ….

Vleermuis

Net als zijn soortgenoot komt hij voor in huis, er omheen, en ertegenaan. ’s Avonds doen ze zich tegoed aan de insecten die in de warme lucht langs de gevels vliegen. Overdag slapen ze achter de openstaande luiken aan de noord- en oostkant van het huis, waar ze strak tegen elkaar aan kruipen. Af en toe (een keer of 5 tot nu toe!) komen ze binnen. Als wij dan, als wij naar bed gaan, de lichten uitdoen en het alarm er op zetten gaat na enige tijd het inbraakalarm af. “Storing in de kamer, gang en keuken”meldt het controlepaneel. Naast de schrik, je weet nog niet wat er aan de hand is, en de herrie van de sirene, belt ook nog eens de meldkamer dat ze “een melding” hebben ontvangen. Mijn vrouw houdt de meldkamer aan de lijn en ik ga op onderzoek uit. Je weet maar nooit! Onder aan de trap aangekomen roept mijn vrouw van boven: “Zie je al wat?” “Nee!”  Ze doet verslag aan de meldkamer. Alle deuren en ramen zijn dicht. Ik was geen kat vergeten, maar wat maakte alarm? Dan vliegt er een vleermuis door de kamer. Keurig om de lampen heen en weer terug. “Een vleermuis” roep ik naar boven.

Alle seinen gaan op groen. Ik zet een paar ramen open en denk “dat moet ‘ie zien met zijn radar.”  Maar nee hoor. Het werkt pas na een kwartier! Later ving ik ze met een theedoek, maar tegenwoordig doe ik het met een schepnet. Doordat ik ze steeds voorzichtig los moet knippen is er van het net niet veel meer over. Je kunt ze zo wel op je gemak heel goed bekijken. Prachtige beestjes zijn het!

 Rat (bruin)

Toen de kippen nog een hok hadden in de grote schuur heb ik een paar keer ratten gehad. Ze woonden boven het plafond en kwamen vrij laat langs het gaas van de kippenren naar beneden. Als ik op tijd in het donker langs de tractor kon sluipen wachtte ik ze op. Bij de kippen had ik een lichtje aangelaten. Met de .22 kon ik ze op die manier verschalken. Het duurde maar even want ze leren snel. Toen zochten ze hun heil onder de betonvloer. Buiten zaten diverse gaten waar ze door verdwenen. Puk probeerde ze uit te graven. Tevergeefs! Ik werd het zat! “Mag ik je auto even lenen”vroeg ik aan mijn vrouw. Ze heeft een benzine uitvoering. Ik reed hem achter de schuur en met behulp van een afzuigslang uit de werkplaats sloot ik de uitlaat aan op het eerste gat. De rest stampte ik dicht. Een kwartiertje de motor laten draaien en ik heb geen rat meer gezien!

 Rat (muskus)

Algemeen voorkomend in de polder. Zit regelmatig mijn oevers te ondermijnen. Als ik schuin afgebeten rietstengels zie drijven in het water om het huis weet ik genoeg. Ik kijk wat vaker dan gebruikelijk uit het raam. Vanuit de badkamer zag ik er één heen en weer zwemmen in de sloot voor de moestuin. De .22 voorzichtig uit het badkamerraam en op het goede moment de trekker overhalen. Een andere keer zwom er één voor het huis. Met hagel kal. 12 op de hoek van het huis wachten tot hij weer tevoorschijn kwam. Aan de rimpels in het water zie ik dat hij komt. Maar de wind is verkeerd en hij vertrouwt het niet. Vlak bij de oever blijft hij liggen. Ik kan hem net zien door de buxusheg. “Rat is rat” denk ik “en die heg groeit wel weer dicht.” Bang! Gat in de heg en rat dood!

Naast het huis bij de keukendeur zwom er ook eens één. Ik had mijn geweer al gehaald als de telefoon gaat. Het is iemand van het vakantiebureau waar ik een week als vrijwilliger zal helpen. Dit kon nog wel even duren. Inderdaad! Ik ben al een poosje in gesprek als het water in de sloot begint te rimpelen. Voorzichtig open ik de bovendeur. “Even wachten” fluister ik in de telefoon en leg de hoorn neer. “Bang” zegt de kal. 12. “Hallo, daar ben ik weer.”

“Wat was dat?!” klinkt het onthutst in de hoorn, “het leek wel een geweerschot.”

“O, niets bijzonders”, zeg ik, “dat was een muskusrat.”

 Ekster

Mooie vogel. Maar is nu beschermd!? Deze brutale vrijbuiter hoort er natuurlijk ook bij, maar als ik er 5 of meer bij elkaar zie krijg ik de kriebels! Ik heb ze dan ook regelmatig het leven zuur gemaakt. Meestal waren ze me te slim af, maar af en toe kon ik er één te pakken nemen. Met de windbuks uit het kelderraampje als ze in de berm voor het huis zaten. Met de eksterkooi. Met de vuurbuks door een kapot raampje vanuit de Pinkenstal. Ook met hagel plotseling om de hooiberg heen lukte wel eens. Vaak denk ik terug aan die ekster die ’s morgens toen ik me stond aan te kleden achter de Pinkenstal de daar staande esdoorn insectenvrij probeerde te maken. Gauw de .22 uit de kluis, wachten tot hij achter het dak van de hooiberg verdween en gauw het slaapkamerraam open. “Niet voor het raam staan, dan ziet hij me direct als hij weer tevoorschijn komt”, denk ik. Ik sta dus achter aan het voeteneinde van ons bed, waar mijn vrouw nog heerlijk ligt te pitten. De boom is nog bijna kaal dus kan ik kijken of er geen schapen van me achter lopen. De ekster klimt weer naar boven en komt boven het dak van de hooiberg uit. “Peng”, klinkt de venijnige knal van de .22 door de slaapkamer. De ekster vliegt geschrokken weg, terwijl mijn vrouw slaapdronken vraagt: “Wat doe je daar met dat geweer?” De knal heeft ze niet gehoord!

Kraai

Met de buks, hagel en kooi kun je ze prima bejagen, maar o, o, wat zijn ze slim!

Toen ze eenmaal doorhadden dat het met het kapotte ruitje niet pluis was kon ik me daar niet meer achter vertonen. Bij de minste beweging waren ze vertrokken. Uit de hoge peppels naast het huis lukte het nog wel eens uit een slaapkamerraam met de .22. Vanachter het gordijn hadden ze niets in de gaten. Aan de andere kant van het huis schoot ik er een met de .222 Remmington die in het weiland zat met een hele koppel. Hij lag nog even te krijsen terwijl de rest van het spul luid schreeuwend er boven vloog. Op dat moment heb je niets meer aan een kogel, dan moet je hagel hebben!

 Vlaamse gaai

Nu zie ik ze af en toe vliegen, en dat is goed. Ze horen er ook bij. Maar 2 jaar terug was ik herstellende van een ziekte en had ik weinig gelegenheid gehad om te jagen. Dat veranderde spoedig. De kersenboom langs de sloot van de moestuin stond zo uitdagend met zijn vruchten te pronken dat je het de gaaien niet eens kwalijk kon nemen dat ze de verleiding niet konden weerstaan. Ik moest me inhouden, want gaaien moeten ook eten. Tot ik in de kamer zat en er 1, 2, 3, 4, 5, 6 gaaien langs het raam vlogen, op weg naar mijn kersen. Dat was teveel van het “goede”. Schijnheilig dacht ik nog even aan de jonge vogeltjes die zoveel gaaien zouden roven, en ik ging mijn geweer uit de kast halen. Vanuit de deuropening van de schuur wachtte ik ze op. Laag kwamen ze één voor één aanvliegen. Ik zag ze pas als ze de boom indoken. Ieder schot was een gat in mijn boom. Castor, die naast me zat, liet de gevallen kersen voor wat ze waren en bracht de gaaien steeds weer bij me. Hij was te oud voor de polder, maar deze afstanden vond hij wel plezierig op zijn oude dag.

Haas

Ik had net de avond ervoor trots door mijn moestuin gelopen en had genoten van de boontjes die al mooi hoog stonden. Ik ben niet zo’n heel goeie tuinder en als iets aanslaat geeft dat veel voldoening. Groot was mijn verbijstering toen ik de volgende dag alleen maar keurige steeltjes zag staan van 2 cm. hoog. Wel alle …………. hier en gunder!! Ik weet dat de hazen ’s nachts over mijn erf huppelen, ik zie ze vaak over het dammetje door het hek gaan. Later op de dag als ik de buxusheggen in de voortuin knip vind ik de boosdoeners. In één van de middelste perken lopen twee jonge haasjes. Op slag is mijn woede over het aangerichte onheil verdwenen. Het is voorjaar en ik moet goed voor mijn wild zorgen. Ik voel me dan ook verantwoordelijk voor die twee deugnieten. Dat jaar aten we geen bonen uit eigen tuin, maar met de Kerst wel een beste haas uit eigen veld. Het zal wel verbeelding zijn geweest maar het was net of er een bonensmaak aan het haas zat.

Kat

Zelf hebben we 2 katten.

Als je dieren hebt moet je er voor zorgen, dus op z’n tijd een spuitje tegen dit en tegen dat. Bovendien is de één gecastreerd en de ander gesteriliseerd, want er zijn al genoeg katten in Nederland. Dat moge blijken uit het feit dat er zeer regelmatig vreemde katten opduiken in de buurt die je normaal niet ziet. Nu is het waar dat katten weglopen, verdwalen, door campingbezoekers worden “vergeten”, enzovoort, enzovoort. Maar ……….. er zijn ook katten die weg moeten omdat de kinderen, meestal vlak voor de vakantie, allergisch blijken te zijn voor deze viervoeters. De meeste belanden wel in het asiel, maar er is een bepaalde categorie “tuig” dat hun poesje los laat in de natuur. Als ik in het voorjaar naar het bos ging voor de knopbokjes kwam ik ze al tegen in de berm van de A28. Het meeste tuig gaat echter niet zo ver maar komt even in de polder om hun overbodige poesjes “bij de boer” los te laten. Daar vallen ze toch niet op. Zo gebeurde het dat ik, terug van vakantie, van de oppas hoorde “er lopen 4 jonge poesjes in de wei. Ik weet niet waar ze gebleven zijn.” Op zulke momenten heb ik zwaar de pest in. Na enig zoeken vind ik ze in de houtwal naast de boomgaard. Eén krijg ik met de vuurbuks te pakken. De volgende krijg ik met de kooi. Een derde werd dood gereden en de 4de kreeg ik pas een half jaar later te pakken.

Toen we onze katten pas hadden liet een onverlaat 2 prachtige rode katjes los bij het bruggetje over de Meije tegenover ons huis. De beestjes waren zo van streek dat ze zich niet lieten pakken. Ik had ze zelf wel willen houden” zei mijn vrouw. Om te voorkomen dat ze het natuurgebied in gingen heb ik ze moeten schieten.

Het is goed dat de ploert die dit flikte niet in mijn vingers terechtkwam.

Meestal zijn het echter grote, reeds verwilderde, katten die ik tref. Puk gaat helemaal uit z’n dak als ik ’s avonds de honden los laat en hij een vreemde kat ruikt. Laatst kwam er een uit de polder midden op de dag. Puk stond voor het raam te blaffen, anders had ik het nooit gezien. Snel de 222 gepakt en boven vanuit het raam van de logeerkamer kon ik hem nog net tegenhouden voor hij het natuurgebied in ging. Bijna was ik te laat want ik moest nog even wachten tot er een fietser voorbij was.

Vos

Onze eerste kennismaking met de vos was toen we ons oude boerderijtje pas hadden gekocht. De “verwilderde”kat van Zwijnenburg was blijven hangen en had gejongd in de oude hooiberg. De kinderen vonden het prachtig. ’s Zondags kwamen we met oma naar onze nieuwe aanwinst kijken. De kinderen duiken meteen de hooiberg in. “Oma, kom eens kijken!” Dan klinkt er gejammer uit de hooiberg. De vos had blijkbaar niet zoveel honger, want hij had nog wat resten laten liggen. Droefheid alom.

Daarna kwam de vos met enige regelmaat in het nieuws.

Albert schoot net over het bruggetje (toen mocht je er nog jagen) 4 vossen in 1 jaar tijd.

Dan zit er een nest onder de kuilplaat van de Proefboerderij, dan zie je er één uit de polder komen, dan loopt er één over de weg. Een andere keer zat er een nest onder de schuur bij de buren enzovoort, enzovoort.

Het zal ongeveer 10 jaar geleden zijn dat we thuis kwamen van een buurtfeest. Coen was nog wakker en liet de honden los. Het was halftwee. Ik loop nog even naar achteren om naar Tommy (onze Shetland pony) te kijken. Als ik bij de paardenbak kom zie ik dat één van mijn twee ganzen ligt te klapwieken op de grond. Het is aardedonker. Tommy staat bij het hek op me te wachten, terwijl de gent midden in de bak staat met uitgestrekte nek. “Krijg nou wat, wat is hier aan de hand?” Ik loop naar binnen voor een zaklamp. Als ik terug kom is mijn gans de bak uit en ligt in de wei te klapperen. Als ik er heen loop zie ik wat er loos is. Een vos heeft haar bij de kont en trekt het arme beest met geweld de wei in. “Mijn geweer” roep ik naar mijn vrouw die is komen kijken en gooi haar de sleutels van de gewerenkast toe. Ik blijf op 3 meter afstand de ongelijke strijd volgen. De vos werkt stevig door. De gans wordt moe. Als ze bijna bij de sloot zijn denk ik aan die andere gans die daar het jaar ervoor het leven heeft gelaten. Mijn geweer is er nog niet. Het is ook een heel gedoe, eerst boven uit de kluis het geweer halen, dan de bijpassende munitie uit de munitiekluis beneden, dat duurt even! Ik vrees voor het leven van mijn gans, want de vos zal hem nu ompakken in zijn nek en, bijgelicht door mijn zaklamp, aan zijn maal beginnen. Ik besluit in te grijpen. Snel doe ik een paar stappen. Vlakbij gekomen laat de vos los en gaat 4 meter verder kwaad naar me zitten kijken. Voorzichtig pak ik mijn gans op en loop naar de schuur. De vos, die niet wil opgeven, op mijn hielen! Ik loop achteruit terwijl ik de vos in zijn snuit schijn. “Zo meteen bijt hij in mijn benen” denk ik. Ik zwiep de gans in de schuur. Net op dat moment komt mijn vrouw aanrennen met het geweer en 2 patronen. “Zijn dit de goeie?”. Als ik met het geweer naar de bak loop is de vos weg. Verzwolgen door het duister. Ze zijn natuurlijk niet helemaal gek.

Bij iemand in de buurt kan ik een vossenkooi lenen. Na één van mijn katten en een keer de ram te hebben gevangen zat op een goede morgen de boosdoener in de val! Heel rustig, zonder stress, liet hij een foto van zich maken, waarna een kogeltje een einde maakte aan zijn jonge leven.

 Ganzen – grauwen

Als vroeger, in de winter, de ganzen over trokken liep ik altijd naar buiten, Gakgak, gak, gak klonk het op grote hoogte als de V-formaties overvlogen. Een geweldig gezicht. Behalve als je boer was en ze zochten jouw land uit om te landen. Tot 10 uur kon je ze schieten en kon de boer eventuele schade verhalen. We betaalden (en nu nog) een deel van deze kosten als we een nieuwe jachtakte gingen halen. Nu vliegen er het hele jaar rond ganzen, en nog eens ganzen. 8 Jaar terug zijn ze hier gaan broeden en met de nieuwe Flora en Faunawet in hun broekzak hebben ze het tij mee. We hebben het over de grauwe gans. Na een week werk voor een ambtenaar en een stapel vergunningen en bepalingen mag ik er nu een enkele van schieten. Een volkomen zinloze actie voor wat betreft de aantallen. Nu heeft men het over duizenden grauwen die hier wonen, maar over 5 jaar zal men over tienduizenden moeten praten. Dan komen daar nog onze wintergasten bij en de ellende (voor de boeren) is compleet.

Eén van “mijn” boeren die last had van ganzen is tevreden. Door er regelmatig één uit te schieten heeft de koppel een andere standplaats opgezocht.

Nijlganzen

Ca. 20 jaar geleden reed ik door Wassenaar richting Katwijk en zag een paar mooie ganzen zitten. Ik heb een kwartier door de kijker gespot maar kon ze niet thuis brengen.

Nu is een groot deel van Nederland overspoeld door deze exoot die, inderdaad, in de buurt van Wassenaar is los gelaten. Ook bij ons thuis staat altijd wel ergens een koppeltje of een groepje. Mooie vogel, maar is zeer agressief en hij hoort hier niet. Aanvankelijk schoot ik ze met de .22, maar de vogel is zo sterk dat een zwaarder kaliber gewenst was.

De 7 x 64 wil ik er niet op los laten, er zou niets van het wildbraad over blijven, bovendien kost zo’n pieper € 2,50. Evert bracht uitkomst. Een oude Weirauch .222 Remmington met een goede kijker er op.

De ganzen kennen me al. Als ze de auto zien zijn ze al op hun hoede. Ik schiet ze nu tussen de 100 en 150 meter. In het veld vanaf de motorkap of thuis vanuit het raam of de hooiberg. Iedere gans is een verhaal apart.

Op een morgen werd ik wakker van het typische geluid van de Nijlgans. Ze zaten naast het huis met z’n tweeën. De buks gepakt, het was nog de .22, het raam op een kiertje en de eerste begon te spartelen. De ander stond er verbaasd naar te kijken toen ook hij werd getroffen. Gewond vloog hij weg en verdween achter het huis uit zicht. Even later komt een gans bij het eerste slachtoffer en begint op hem in te hakken met z’n snavel. Eerst dacht ik dat de tweede terug was gekomen, maar deze mankeerde niets! Tot ik voor de derde keer de trekker over haalde. Ook hij vloog weg. Castor, die onder onze slaapkamer in de stal slaapt, werd onrustig van al dat geknal. Snel kleedde ik mij aan (ik liep nog in mijn blote kont) en ging met de hond op zoek naar de twee ganzen die hem waren gesmeerd. In het riet langs de Meije zagen we er één. Castor haalde hem er uit. De andere lag 50 meter verder dood in het gras.

Van de Nijlganzen ben ik de tel kwijt geraakt, maar aan de groeiende aantallen te zien “schiet” ik wel, maar “schiet” ik er niets mee op!

Het meeste succes heb ik vanuit de hooiberg. Aan de weiland kant heb ik de hooibalen wat lager gehouden zodat er een mooie kier onder het dak is ontstaan.

Als ik door het huis loop kijk ik altijd met een schuin oog naar buiten. Staat er wat dan de buks halen en voorzichtig de staldeur uit, de hooiberg in. Opleggen op de balen en proberen de tweede gans ook te pakken als die verschrikt blijft zitten kijken waarom zijn maat zo raar doet. Meestal zijn ze met z’n tweeën. Soms moet de hond (in dit geval Joy) er nog een eind achteraan om hem binnen te brengen.

Tot zover een greep uit de jachtpraktijk in en om het huis.
Ik bof dat ik geen uur hoef te rijden om in mijn veld te koen. Eigenlijk jaag ik elke dag. Als ik uit het raam kijk, jaag ik.